puppy die op een grote lege vloer ligt

Moedig

Vandaag voelde ik me moedig. Nadat we het leerpakket op school hadden opgehaald, fietste ik met jongste zoon langs het buurtwinkelplein. De visboer was open. Zou ik even naar binnen durven gaan? Wie weet sluiten de winkels binnenkort en wanneer eten we dan weer eens een gezond visje? Weet je wat: ik doe het! 

Mijn stemming wisselt nogal. Dat herken je misschien wel. Het hangt er maar net van af welke Corona update ik lees en wat daarvan blijft hangen. Nieuwe verscherpte maatregelen zorgen voor paniek, variërend van een lichte toename van adrenaline tot apocalyptische beelden in mijn hoofd. Een creatieve trainingsvideo van de zwemcoach laat me ouderwets schaterlachen.

Ik ben de derde klant vandaag bij de visboer. “Normaal staat de teller al op dertig.” Niets is nog normaal. Ik probeer het gesprek op ‘halfvol glas’ te koersen, maar ik begrijp ook wel dat dit voor hem niet zo makkelijk is. “Alleen de huur alleen al kost mij 3000 euro.” Daar gaat een noodkrediet niet veel bij helpen. “Ik heb begrepen dat er geen plafond is aan de staatsteun,” probeer ik hem een hart onder de riem te steken.

Op 1,5 meter blijven is hier een uitdaging

Aan de visboer grenst de slager. Wij eten meestal vegetarisch rulgehackt, maar nu ik me moedig voel, moet ik pakken wat ik pakken kan.

Hier word ik wel op de proef gesteld. Er is één andere klant. De winkel is niet zo groot. Het wordt een uitdaging om op 1,5 meter afstand van deze klant te blijven. Ik vind dat ze er een beetje onverzorgd bijloopt, misschien heeft ze ook iets onder de leden zonder zich daarvan bewust te zijn? Waar is zij hiervoor allemaal geweest, wast ze überhaupt wel haar handen?

Tot overmaat van ramp betaalt ze contant. Met enkele munten en een smoezelig briefje van 5 dat de medewerker uit een prop moet gladstrijken. De handen van de jonge medewerker, die nog niet zo ervaren lijkt, bibberen een beetje. Hij draagt handschoenen. Ik vraag me af of hij die na deze transactie ververst.

Nu ben ik aan de beurt. De handschoenen blijven aan. Ik aarzel, maar hoor mezelf zeggen: “Ja, doe toch maar drie ons half-om-half.” Inwendig sla ik mezelf met vlakke hand pets tegen ‘t voorhoofd. Stomstomstom, Bien!

Met groeiend ongemak zie ik hoe de jongen een bakje van een stapel pakt. Alsof ze lichtgeven zie ik de vermeende virusdeeltjes van het aangenomen briefje van vijf, via de handschoenen gretig overspringen naar mijn bakje met gehakt.

Ik laat me niet kisten. Gewoon direct flink doorbakken thuis. In mijn fietsbak zorg ik dat het pakje gehakt gescheiden blijft van vis- en leerpakketten. Worden we collectief paranoïde en smetvrezerig? Of zit dit alleen in mijn eigen hoofd?

‘Vroeger’ was er niets aan het handje

Resoluut neem ik me voor nu niet meer na te denken over deze ervaring die vroeger een automatisme was. Wat zeg ik nou ‘vroeger’? Was het nog maar twee weken geleden dat er niets aan het handje leek?

Ik kan niet over alles de hele tijd zoveel nadenken. Dat is geen leven.

En leven, dat is wat we nu boven alles willen. We zijn met z’n allen van het topje van de Maslow-piramide omlaag gedonderd. En maken er het beste van.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *