bakstenen muur waaraan stee handen zich vastklampen

Taalgebruik & Identiteit

‘Het lukt me niet de juiste woorden te vinden bij wat ik doe.’ Een uitspraak die ik vaak hoor én begrijp als iemand teksthulp zoekt (vooral van zzp’ers die een eigen website gaan maken). Ik kan hier een hele schrijftraining voor je uitwerken, de verleiding is groot. Maar ik ga inzoomen op één aspect waarvan het belang mij de laatste jaren steeds duidelijker wordt. Ik bied je een manier om meteen beter te schrijven zonder dat je ook maar één schrijftechniek hoeft toe te passen.

Het begint met een inkopper (en je weet, dat eindigt met scoren):

De woorden die je gebruikt, zeggen veel over je.

Zijn (van) jou. Je taalgebruik hangt nauw samen met je identiteit. In elke reactie die geeft, elk verhaal dat je vertelt horen we hoe jij klinkt, wat jij belangrijk vindt, wat je aandacht heeft en wat niet. De problemen beginnen wanneer we alleen al dénken aan schrijven.

Waarom ‘schrijf zoals je praat’ niet werkt

Schrijf zoals je praat, is een prachtig advies. Maar het doet niet meer dan je bewust maken dat schrijven iets anders is dan ongedwongen praten.

Tijdens praten heb je meerdere kansen om jezelf toe te lichten, mocht het nodig zijn. Je kunt de reactie van de luisteraar peilen, daarop antwoorden en bijsturen. Bij praten spelen ook subtielere zaken mee als intonatie, volume, je voorkomen en (als je elkaar kunt zien) lichaamstaal. Als je schrijft, moet je dit daar allemaal meteen in meenemen. Lastig.

Zodra we gaan schrijven verkrampen we een beetje. Sommigen heel erg. Dan is er van ongedwongen taalgebruik niet veel meer over. Een ander hersengebied lijkt de boel over te nemen. In dat gebied zitten woorden als ‘desalniettemin’ en voorgebakken zinnen als ‘Heeft u een tekstschrijver nodig? Dan bent u bij mij aan het juiste adres.’ Deze woorden en zinnen blokkeren de boel enorm. Hoe harder je je best doet om over die muur te klimmen naar je eigen ik, hoe hoger de bakstenen zich opstapelen.

Dit kan anders.

Hoe blijf je al schrijvende jezelf? Hoe laat je in je teksten je identiteit naar voren komen? Hoe voorkom je dat je ten einde raad terugvalt op voorgebakken zinnen?

Ik laat je zien wat mij helpt, zonder dat ik daar ook maar één droge schrijftechniek bij nodig heb.

Met een eenvoudige lijn wil ik straks wat houvast geven.

Waar sta jij (voor)?

Een tekst schrijven waaruit naar voren komt waar je voor staat, is balanceren op een fijne lijn. Zou je die lijn voor mij tekenen, dan kan ik exact aangeven waar op die lijn ik sta.

Dat heb ik dus maar even gedaan:

Een lijn met links Oosters en rechts Westers en ik links van het middenOp de uitersten van deze lijn staan waarden waarbinnen ik mijn weg zoek wanneer ik schrijf aan mijn blogs, webteksten en berichten op sociale media. Het is ook hoe ik me als persoon door het leven beweeg, geboren uit een Indonesische moeder en een Hollandse vader. Ik ben filosofisch aangelegd, maar ook altijd op zoek naar tastbare bewijzen. Als ik een woord als ‘mediteren’ schrijf, heeft diezelfde zin ook een ‘poten in de klei’ gehalte.

Deze waarden staan dus symbool voor een belangrijk deel van mijn identiteit. (Je zou ook kunnen zeggen dat ik bepaalde eigenschappen uitvergroot.)

Nu ligt er een bijzondere taak voor jou. Lukt het je om voor jezelf zo een set van waarden te bepalen? Die voor jou overal in terugkomen? Een soort levensthema. Je kunt bijvoorbeeld nagaan waar je vaak met anderen over praat of waar je het liefst over leest.

Een kanttekening is op zijn plaats. Het is natuurlijk niet mogelijk jezelf precies te omschrijven. Een plek binnen een spectrum dekt niet de lading. Maar het is wel een belangrijk uitgangspunt.

Want…

Je bent niet langer beperkt tot het gebruik van andermans teksten, die je ooit ergens hebt gelezen of gehoord. In plaats daarvan krijg je toegang tot een onuitputtelijke bron van taal dat jou recht doet.

Schrijven = voelen

Dit komt door het volgende: doordat je weet waar jij (voor) staat, kun je beter vóelen welke woorden en taal bij jou passen. Huh, voelen? We hebben het hier toch over schrijven?

Schrijven is voelen. Voelen of er staat wat er moet staan. Of je de lezer bedient van een fijne tekst. Of het jou lekker zit, als een comfortabel kledingstuk. Welke formuleringen en welke woorden voor jou kloppen. Is de pasvorm goed, schuurt het nog ergens?

Een woord, zin of tekst kan het wel zeggen, maar toch niet lekker zitten. Dan heb je een synoniem nodig of moet je het anders formuleren. ‘Ik weet hoe jij je klanten koestert met tekst’ wordt bijvoorbeeld ‘fan van klantgerichtheid’. Laat ik dat ene woord (koestert) toch staan, dan klink het niet precies zoals ik het voel.

Het is geen wonder-elixer. Je moet wel oefenen. Waarnemen, jezelf observeren en zelfreflectie. Hoe opmerkzaam ben je? Hier kun je jezelf in trainen. Zie hier groot plezier in en de weg naar groeiend woordenrijkdom ligt open.

Blijf niet te lang piekeren

Als jij een eigen website maakt of hebt, adviseer ik je om op enig moment maar gewoon je teksten te publiceren. Blijf niet te lang piekeren over je woorden en formuleringen. Er gebeuren (als het goed is) geen hele erge dingen als het niet helemaal waterdicht voelt. Het mooie van webteksten is dat je ze altijd kunt aanpassen of verwijderen.

Je bedrijf staat niet stil, jij staat niet stil. Past de tekst je na een tijdje nog? In mijn geval moest er na een periode van diep zelfonderzoek zelfs een hele nieuwe huisstijl met nieuwe website komen. Dat hou je niet tegen. Evolutie.

///

Download als pdf: Taalgebruik & Identiteit (2 downloads)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *