bord met burger en friet

“Had u nog iets anders gehad willen hebben?”

Klantgerichtheid is soms voltooid verleden tijd. Vooral in horeca voor de gemiddelde burger, let maar eens op. Soms proberen deze verder prima tentjes zichzelf onnodig op te poetsen met overbeleefde formuleringen als: had u misschien nog iets te drinken gehad willen hebben? Nou, dat drankje kun je grammaticaal gezien wel op je buik schrijven. 

Misschien ben jij net als ik wel ad rem, maar altijd pas achteraf. Om een hersenspagaat te voorkomen, heb ik een paar suggesties voor jou én voor bedienend (winkel)personeel.

Hiermee kun je ter plekke improviseren als je zo’n formulering op je af krijgt.

  1. “Dat zou ik wel, maar kan het nu ook morgen?”
  2. “Ja, dat had ik. Maar ik begrijp dat u door uw voorraad wijn/bier/appelsap/pepsi/kraanwater heen bent?”
  3. Laat een lange stilte vallen. Bediende zal vragen: “Had u de vraag anders even toegelicht willen hebben?”

Waarom een horecatent zich trouwens anders voordoet dan wat het is? Geen idee. Als ik in een kroeg neerstrijk voor een burger met friet of een bord saté met een klodder pindasaus, dan weet ik wat ik kan verwachten en mag je mij gewoon vragen: Wil je nog wat drinken?

Grammaticale hoogstandjes

De andere kant van het spectrum ‘overbeleefd versus horks’ komt ook voor. Doe mij dan toch dat eerste maar. Soms komt het horks in de (grammaticaal onmogelijke) Tegenwoordig Verleden Tijd:

Serveerster: “Was u klaar?”

Ik: “…*…”

Als er al activiteit was tijdens het verorberen van de laatste frietjes en kroepoekjes, dan komt mijn taalkwab nu totaal tot stilstand. Ten eerste zie je gewoon dat ik nog met mijn bestek mijn bord zit te bestoken. Ten tweede: als ik nu toevallig net klaar zou zijn dan ís dat dus nog maar net en dan wás ik het dus niet.

Ken je de allervriendelijkste variant hierop trouwens ook?

“Kan ik dit al meenemen?”
Wat ik dan hoor is: “Ga je dat nog opeten of hoe zit dat?”

Een gepaste reactie is op zijn plaats:

“Ik was eigenlijk klaar, maar nu ga ik deze koude frietjes alsnog heel langzaam opeten terwijl ik jou doordringend blijf aankijken.”

Ja mensen, het is niet makkelijk om een beetje klantgericht te zijn. Is je formulering onder de maat, dan klaagt Sabine. Doe je heel erg je best, vindt ze het weer té.

Wat dan wel?

Ik ben opgevoed met: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Voor nu wil het nuanceren: doe wat passend is. Wat past bij jou, de setting, de situatie en je klant.

Men neme de bakker. Hier is ‘Anders nog iets?’ bijvoorbeeld echt prima. Het is kort, duidelijk en doet wat het moet doen.

Er zijn ook andere mogelijkheden ter afronding van de broodbestelling. Hierbij is de crux: houding en toon. Geen oogcontact? Hm, tsjhk. Klinkt het kortaf, dan werkt ie averechts. Maar zie en hoor je de glimlach en het geduld, dan is ook deze perfect hoor.

“Zo doen?”

Of zoals gisteren bij de aardigste en geduldigste kaasboer die ik ken: “Dâwassem?”

Ja, dâ was ‘m.

PS  Heb jij een mooi praktijkvoorbeeld van een klantgerichte spagaat-formulering? Kom maar door!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *