Wat je van een voorbijganger kunt leren over communicatie

Soms is miscommunicatie het gevolg van een culturele of taalbarrière. Zo kan het zelfs gebeuren dat je totaal van je padje raakt. En soms gebeurt dat in de straatjes van Montmartre in Parijs.

Place du Tertre. Die plek waar je dolgraag een fotootje maakt van je echtgenoot. Zodat je die foto op een dag tegen kunt komen als je door de talloze mappen op je computer rommelt en dan heel decadent kunt zeggen: ’Oja, daar waren we samen ook nog geweest.’

Het had een romantisch vastgelegd moment moeten worden. Het perfecte plekje, daar op de hoek. Je zou de Sacré-Coeur zien, de schilders met hun werken, zelfs nog wat groen van een boompje. Daar kwam nog bij dat we het troffen met het weer, ideaal voor een stedentrip. We hadden het ontspannen naar ons zin met elkaar, waren cultureel goed bezig en voelden ons nogal sportief na het bestijgen van de 222 tredes.

“Oe must be Dutch!”

De Fransman die alles op zijn kop zette, was niet meer dan een voorbijganger. Ik weet zeker dat hij mij allang is vergeten.

Toen ik op het punt stond de perfecte foto te schieten kwam hij juist aanlopen. Ik gebaarde het welbekende ‘na u’ door met mijn arm een subtiele zwaaibeweging te maken. Voor de beweging zelf gebruikte ik zo weinig mogelijk tijd en ruimte. Je moet weten dat ik er decennia over heb gedaan om te accepteren dat mijn lichaam ruimte inneemt op deze aardkloot. Het blijft een zwakke plek. Vooral op fotomomenten wanneer daar nog eens de ruimte bijkomt tussen camera en geposeerde. Plus de tijd die het kost om de foto te maken.

Dat iemand mijn goedbedoelde gebaar verkeerd zou kunnen opvatten, daar had ik niet bij stilgestaan. In mijn bubbel is het voor alle levende wezens goed toeven, omdat we rekening met elkaar houden, empathisch en vriendelijk zijn. Zoals alles dat zonder pardon losgerukt wordt, deed de reactie van de Fransman pijn.

Monsieur reageerde verbolgen (dat woord wilde ik altijd al een keertje gebruiken). Hij imiteerde mijn vriendelijke gebaar, alleen zag het er nu uit als een grove, ongenuanceerde hakbeweging en hij spuugde de woorden: ‘Oe must be Dutch!’ Gevolgd door allerlei verwensingen waaruit ik interpreteerde dat Nederlanders altijd haast hebben en onbeleefd zijn. ’Oe must be a foecking… foecking…!’ En toen wist ie het even niet meer, maar ’t was duidelijk dat hij dát woord altijd al een keer had willen gebruiken.

Misschien raakte hij zijn welbespraakte vermogen kwijt omdat ik niet reageerde. Ik was overrompeld deze tirade die zich tegen mijn romantische fotomoment aandrukte als iemand achter je in de rij bij de kassa die het begrip ‘persoonlijke ruimte’ niet kent. Dat deze persoon die mij niet kende dacht te weten hoe ik in elkaar steek! Dat ik een onbeleefde, ongeduldige vlerk ben. Terwijl… terwijl… En nota bene alleen maar omdat ik foecking Dutch ben. Zo kort door de bocht daar op de hoek.

Razende contemplatie

Maar mijn zelfbeeld was al aan het wankelen. Voor ik het wist lag ik figuurlijk met mijn snufferd op de keitjes van het 18e arrondissement. Minutenlang wist ik niet meer wie of wat ik was. Geen kaders. Geen houvast. Mijn echtgenoot vond het onzinnig. Diep weggezakt in mijn razende contemplatie registreerde ik vaagjes dat hij daarboven iets zei in de trant van ‘…toch niet door zoiets onbenulligs van de wijs brengen’.

Als ik niet gauw de chaos in mijn binnenste wist te beteugelen, zou ik de 222 tredes pardoes naar beneden kukelen en waar was ik dán? Via talloze razende gedachten trok ik gelukkig bij, totdat ik enkele straten verderop mentaal was opgekrabbeld.

Ik was gaan begrijpen dat de Fransoos niet voor het hele Franse volk staat, maar dat Fransen in het algemeen misschien wel wat meer uitpakken op romantisch vlak dan de nuchtere Nederlander. De man had met liefde willen wachten terwijl ik een romantisch moment vastlegde. En het passeert-u-maar gebaar had hij op zijn beurt met gRandeuR en rrrrespect uitgevoerd.

Wie had wie nu eigenlijk verkeerd geïnterpreteerd?

Zo kwam ik uit bij de zelfrechtvaardigende conclusie dat ik nog steeds gewoon Bien ben. Dat zowel de man als ik belang hechten aan goede omgangsvormen, zij het elk op een andere manier. Zo hervond ik mij mijzelf, misschien wel met meer overtuiging dan tevoren.

Die foto heb ik niet meer gemaakt. Maar het moment vlak ervoor heb ik per ongeluk wel gekiekt. Zo kan ik later nog eens zeggen: ‘Oja, dat was toen met die rare Fransoos.’