Onverwachte genoegens als je vanuit huis werkt

We shoppen online wat af in onze straat. En burencontact gaat voornamelijk via de pakketbezorger. Als je thuis werkt, zoals ik, ben je vaak ’t zaadje. Want er brandt altijd een lichtje. De postbode, DHL, UPS, allemaal zien ze dat jij wel thuis bent. Tientallen pakjes heb ik de afgelopen jaren aangenomen voor nummer 6, 8, 17, 11, 9, 23,… uiteraard doen zij dat ook voor mij als ik er een keer onverhoopt niet ben. Natuurlijk, een pakje aannemen is wel het minste dat we voor elkaar kunnen doen. En je krijgt altijd méér dan een pakje.

Op sommige dagen komt er slechts één pakketje. Andere dagen staat de gang zo vol dat je er haast niet meer in of uit kunt. Dan dient mijn gang als verlengstuk van het postkantoor. Kleine pakketjes met misschien een nieuwe sportbroek. En grote. Daar word ik pas echt nieuwsgierig van. Zo was er een keer een hometrainer, volgens de bezorger. Waarmee hij in mij ogen privacy-overschrijdend voor zijn beurt had gesproken over nummer weet-ik-niet-meer. ‘Waarom hebben zij een hometrainer nodig? Is er sprake van een goed voornemen of misschien een financiële meevaller?’ Het schijnt dat wij als mens – ja, ook jij – zo’n 40.000 tot 50.000 gedachten per dag hebben. Bij elk pakketje horen er kennelijk alvast een stuk of tien. Bezorgt de pakjesman dus óók.

Wat we allemaal nog meer krijgen

De meeste bezorgers zijn prima gasten. Maar af en toe is er eentje die belletje-trek uitvoert, waarbij ik altijd moet denken aan de cavia-race (Wie-Kent-Kwis, rond de jaren ’80). De man zigzagt door onze straat al hopend dat er net een deurtje open gaat op het moment dat hij daar in de buurt is. Hij zet vast groot in op míjn deur, want dat die het vaakst open gaat dat is statistisch bewezen. Zo geschiedt en daar sta ik dan. Kijken van links naar rechts. Daar! Daar in de verte, aan het eind van de straat staat de pakjesman, de armen vol. Soms roept hij ‘ik kom er zoooo aaaan!’ Maar meestal moet ik wel een tijdje wachten tot hij weer hier is. Gaat allemaal van mijn schrijftijd af. Zucht. Ik krijg gratis en voor niets wat extra dagelijkse frustratie. Dan maar even een vuilniszak dichtknopen. En naar de bak brengen. Nuttig wel.

Daarnaast is er de ongeduldige, licht naar zweet reukende, mij-niet-aankijkende pakjesbezorger. Die belt minimaal twee keer aan, plus een roffel op de deur voor het geval dat. Bezorgt, behalve pakjes, ook het gevoel dat ik op moet schieten, want hij heeft nog meer te doen. Deze bezorger, die vind ik niet zo leuk.

En dan hebben we nog de vrolijke bezorger. Wel een tikje gehaast, want hij wordt natuurlijk naar aflever-rato betaald. Maar altijd vriendelijk en bezorgt soms een klein grapje.

Dankbaar

Welke bezorger ik ook aantreft en voor wie het pakje ook is, ik ben uiteindelijk altijd dankbaar. Dat gaat zo:

  1. Ik word uit mijn hyperfocus-concentratie-spanningsboog opgeschrikt door de deurbel.
  2. Na kort intern spoedberaad, besluit ik open te doen, want ben toch al onderbroken. En dender ietwat chaggie de trap af en open de deur.
  3. Nadat ik het pakje heb aangenomen en de deur weer heb gesloten, besef ik dat ik toch blij ben met de onderbreking. Want het werk is nooit klaar, er is altijd wel wat nieuws om aan te beginnen. Pauzes nemen gaat mij van nature niet gemakkelijk af. Een afgedwongen pauze is dus de enige manier om te voorkomen dat ik te lang op scherp sta, vergeet adem te halen of eindeloos op een tekst blijf pielen die daarvan niet per se beter wordt.

Dus grijp ik het aannemen van pakjes met beide handen aan. Met aansluitend een broodje, bakkie, kort therapeutisch fietsrondje of wat onkruid uit de tuin trekken. Daarna ben ik weer frisch ende fruitig. Vol hernieuwde zin heb ik die tekst dan zo klaar of de feedback soepeltjes verwerkt.

Dus lieve buurtjes? Blijf vooral shoppen! Dat is goed voor de economie. En voor mijn productiviteit.