Waarom groot denken lekker is, maar je het soms toch beter klein kan houden

Creatief zijn is heerlijk. En kan tot grootse dingen leiden. Het begint altijd heus schattig. Noem, voor de vuist weg, met een blogje. Eerst ligt het nog een beetje te liggen. Het draait wat rond en gaat weer even tukken. Maar al snel begint het idee te groeien. Sommige ideeën nemen razendsnel epische vormen aan. 

Over grootschalig onderzoek

Het onderwerp van het blogje is bijvoorbeeld creativiteit en wat je er allemaal mee kunt. De woorden beginnen te stromen. De pagina vult zich. En nog eentje. Het begint op een kort verhaal te lijken. Het onderwerp heeft ook zoveel invalshoeken en het lijkt wel alsof alles met alles te maken heeft. Er verschijnen tussenkoppen, hoofdstukken, samenvattingen, een inhoudsopgave en conclusies. Wetenschappelijke inzichten worden erbij gehaald en de Universiteit van Groningen ingeschakeld voor een grootschalig onderzoek om bewezen successen in kaart te brengen. Zelfs de bewegingen in het heelal spelen een kleine rol in het geheel.

Ja, het meeste speelt zich alleen af in mijn hoofd dus, hè. Da’s mooi, want tegenwoordig moeten we Groot denken, schijnt.

Over internationale potentie

Inmiddels had ik een uniek, allesomvattend plan. Uitgewerkt en al. Ik had al groot succes dat was begonnen met de organisatie van een klein netwerkfeestje (echt gebeurd). En daarna een tweede (deze ook nog…). Dat was uitgegroeid tot een landelijke netwerk van creatieve ondernemers. Met internationale potentie. Er waren events met inspirerende sprekers en sessies waar ieders hoofd van ging tollen. Ondertussen werd natuurlijk mijn boek uitgegeven. Daar hadden hele doelgroepen op zitten wachten. De pers raakte er niet over uitgepraat. Handen werden ineen geslagen. Levens en harten geraakt. Hier en daar een traantje weg gepinkt. Er werden zelfs miljoenen verdiend. Niet door mij, maar door mondiale TED-talkers die het idee elk op unieke wijze hadden opgepikt. Het doet er niet toe. Want ik had een visie en ik had iets in gang gezet.

Altijd briljant, ik.

En een knus mandje

Al die creativiteit, die fantasie! Wat geeft dat een plezier en energie. Maar als het te veel is, krijgt je kortsluiting. Dat bracht mij tot een paradoxaal inzicht: als ik elk idee dat ik heb ook uitvoer, krijg ik niet veel voor elkaar. Daarom is het maar goed dat de werkelijkheid zich weer comfortabel in mijn (voormalig briljante) geest nestelde. Als een lief huisdier dat een tijdje zoek was. Het is na alle activiteit knus in zijn zachte mandje gekropen – in een speciaal ingericht hoekje met speeltjes, water en voer. Simpel, klein en fijn. Overzichtelijk en te behappen. Het diertje wordt goed verzorgd. Ik koester het elke dag, speel er een beetje mee en geniet ervan als het daarna weer tevreden ligt te spinnen.

Wanneer alles kabbelend en kalmpjes is zie ik dat het leuk was, die twee netwerkfeestjes, maar ook genoeg. En dat het boek half af is, maar eigenlijk toch beter tot zijn recht komt in een schattig blog.