“Mijn trainers zijn er écht voor de kinderen.”

Ondernemer aan het woord: Karel Klaver – Klaver Kinderhockey

Na de topsport begon Karel Klaver zijn eigen hockeyschool voor kinderen vanaf drie jaar. Op het veld staan, training geven en kinderen dingen leren. Daarin is hij zichtbaar in zijn element. “Ik vind het heel erg leuk en neem graag de tijd voor een kind dat iets aan mij vraagt. Mijn trainers zijn er ook écht voor de kinderen. Dat persoonlijke wil ik behouden en ben blij dat we met ongeveer 350 leden heel steady zijn.”

Steady, zo komt Karel zelf ook over. En toch is hij altijd in beweging.

“Toen ik zelf nog hockeyde, was ik niet veel thuis. ‘Na de hockey ben je van mij,’ zei mijn vrouw. Alleen toen het eenmaal zover was, zat ik hier onrustig op de bank. Toen was het al snel: ‘Ga maar weer wat doen.’ Hahaha! Zo ben ik het hockey weer ingerold. Nu ben ik alweer tien jaar coach. Maar Klaver Kinderhockey is mijn corebusiness.”

Na de topsport

“Landskampioen en bij de ploeg op de schouders, een mooier afscheid krijg je niet.”

“Eigenlijk had ik willen eindigen met de Olympische Spelen in 2008. Dan zou ik ook dertig zijn, dat leek me mooi. Alleen ik heb de Spelen niet gehaald vanwege een knieblessure. Daarna heb ik het rustig verder afgebouwd. Ik heb nog wel met Bloemendaal mijn derde landskampioenschap op rij gehaald. Ben ik door de ploeg op de schouders genomen. Nou, een mooier afscheid ga je niet krijgen. En op de Olympische Spelen werden ze vierde, roemloos ten onder.

Ik heb het sporten niet gemist. Kijk, de hele dag ben ik dingen aan het doen, zit heel weinig, sport veel met mijn kinderen en geef actief training. Om een beetje fit te blijven doe ik tegenwoordig krachttraining samen met mijn broertje. In een garagebox van onze oude tennisleraar hier in het dorp. Omdat die box open kan zitten we lekker half buiten. We krijgen training van een hele fitte gast, een oude ijshockeyprof. Hij maakt ons een uur lang helemaal af en op zondag trainen we in het Amsterdamse Bos. Het gaat me met deze knie best goed af, maar ik moet er wel voorzichtig mee blijven. Ik heb er net weer allemaal vocht uit laten zuigen. Ja, die knie zit vol littekens. D’r zit van alles. Ik ben sowieso gehavend.”

Vliegende start

“Ik verzin natuurlijk zo tientallen leuke hockeytrainingen.”

“Nadat ik met hockeyen gestopt was, ontstond al snel het idee om hockey op te zetten voor kinderen van heel jonge leeftijd. Ik zag aan mijn eigen kinderen, toen drie en vijf jaar, dat zij iets wilden doen. Bewegen. Maar er is voor die leeftijd bijna niets.

In februari dat jaar was ik in Barcelona met de looptrainer van Klein Zwitserland, waar ik trainer was. Ik vertelde hem van mijn plan. Hij: ‘Leuk man! Weet je dat ik dat al zes jaar doe?’ Bleek dat hij en zijn vrouw in Den Haag een hockeyschool en een voetbalschool hadden. Ze hadden een heel programma voor jonge kinderen op basis van motorisch remedial teaching. Dat is een mooie samenwerking geworden: ik verzin natuurlijk zo tientallen leuke hockeytrainingen en hun programma is heel erg sterk.

Ik besloot gewoon te beginnen en dacht: ‘Als ik tien kinderen heb, dan heb ik er tien. Heb ik er twintig, dan twintig.’ Maar toen ik van start ging, had ik er ineens negentig! Het ging echt heel hard. In no time had ik tweehonderd kinderen en allemaal trainers in dienst. Zo zat ik op een gegeven moment meer achter de computer dan dat ik op het veld stond. Mails beantwoorden en groepen indelen. Mijn vrouw heeft een periode de backoffice gedaan en later nam ik daarvoor iemand in dienst. Ik richt het nu zo in dat ik er niet teveel mee bezig ben. Dus alles is ingedeeld, mijn trainers staan er. Maar ik blijf natuurlijk wel eindverantwoordelijk. Op zaterdagochtend sta ik ook altijd ‘aan’, hoewel ik dan bij de wedstrijden van mijn eigen kinderen kijk en fluit.”

Over ambities

“Ik wil het persoonlijke behouden.”

“We zijn met Klaver Kinderhockey nu best wel steady, ongeveer 350 kinderen in totaal. Ik heb een team van zo’n vijftien trainers dat al heel lang voor mij werkt. We zijn goed op elkaar ingespeeld en zijn er écht voor de kinderen. Dat vind ik het belangrijkste.

Het is prima zo. Ik heb niet de ambitie om het heel groot te maken. Vooral omdat ik het persoonlijke wil behouden. En omdat ik nog andere dingen ernaast wil doen. Ik bouw bijvoorbeeld ook samen met mijn vader kasten op maat, in ons familiebedrijf Klaver Kasten, wist je dat?

Dat heb ik eigenlijk ook met het coachen als assistent-trainer van Jong Oranje Dames en van Bloemendaal Heren 1. Mensen vragen vaak of ik geen hoofdcoach wil worden. Nu niet. Maar ik vind het wel hartstikke leuk dat ik betrokken ben bij deze teams, heel inspirerend. Het geeft heel veel energie om bezig te zijn met een team kinderen of fanatieke heren of dames.”

Jezelf verkopen

“Promotie vind ik het misschien wel de grootste uitdaging.”

“In de zomervakantie zie ik het aantal leden altijd in één keer – zo, whop – tot ongeveer de helft teruglopen. Logisch, want het volgende seizoen wil iedereen weer wat anders leuks doen. Het vult zich altijd weer aan, maar daar moet je een beetje je best voor doen. Promotie vind ik misschien wel de grootste uitdaging aan een eigen bedrijf, omdat ik mezelf niet graag verkoop. Wat het beste werkt, is… ja, nou ik weet eigenlijk niet wat het beste werkt. We doen natuurlijk vriendjeslessen en dan komen de ouders ook mee. Dan kan ik hen uitleggen dat we heel veel aandacht besteden aan motorisch bewegen. Daar ben ik zelf natuurlijk enthousiast over, maar het spreekt ouders ook aan.

De basisgedachte is dat kinderen die goed kunnen bewegen, goed kunnen leren en cognitieve vaardigheden ontwikkelen. De lessen zijn heel speels en we doen veel oefeningen die op het eerste gezicht niet veel met hockey te maken lijken te hebben. Dan is het kind een konijntje en de ouder een vos. Het konijntje moet zo dicht mogelijk bij de vos komen en proberen te scoren. Vervolgens moet hij met twee benen tegelijk in een hoepel springen wat dan het konijnenholletje voorstelt. Zo dagen we de kinderen uit en ondertussen ontwikkelen zij zich tot zelfverzekerde hockeyers. Ouders langs het veld zien het verschil tussen kinderen die bij mij hebben getraind en kinderen die dat niet hebben. Daar ben ik heel blij mee.

Er zijn kinderen bij die echt bevlogen raken door hockey. Dat hebben mijn eigen kinderen alle drie niet… Hahaha! Nee, niet jammer. Ze hockeyen omdat ze het gezellig vinden, al hun vrienden hockeyen. Maar kijk in onze tuin om je heen en je ziet goaltjes en trampolines. Ze doen hier ratslagen, dubbele salto’s en weet ik wat allemaal op het gras, klimmen tegen muren op. Kinderen vinden het leuk om te bewegen. Ook die van mij.”