Waarom hebben we erkenning nodig voor ons werk?

Dingen die we zelf creëeren, waarderen we meer dan dingen die door anderen zijn gemaakt of ontworpen. Dankzij je inspanningen ga je meer van je eigen product houden en daarom ga je ervan uit dat dit ook voor anderen wel zal gelden. Zoals je supertrots kunt zijn op een presentatie of een campagne die je in elkaar zet. En zoals ik onbeschaamd verliefd kan zijn op een eigen tekst. Gedragseconoom Dan Ariely noemt dit het Ikea-effect. Je bent blijer met je kast als je ‘m zelf in elkaar mag zetten. Maar wat nu – en dat onderzocht Ariely  – als je werk ongezien blijft?

Jij hebt hier ook last van

Stel dat jij een mooie campagne op poten zet, waarmee je klanten wilt werven. Of aan een presentatie werkt om de resultaten van een marktonderzoek inzichtelijk te maken voor vakgenoten. Of een Ikea kast in elkaar zet. Dan beleef je vast plezier aan je inspanningen. Het is leuk omdat je ziet wat het wordt. En omdat je je al kunt voorstellen hoe het straks door anderen ontvangen wordt. Noem het voorpret. Maar stel je voor dat je leidinggevende of klant het zonder ernaar te kijken op een grote stapel op zijn bureau legt? Of nog erger: als hij het ongezien in de papierversnipperaar stopt. Waar jij bij staat.

Een paar weken geleden zette ik een Ikea-kast helemaal zelf in elkaar. Ik was trots op het resultaat, alsof ik de planken zelf had gezaagd en geschuurd. Geen wiebelende planken of scheefhangende deurtjes, maar alles stevig, naadloos en waterpas. Heerlijk gewoon. En ik had geen één keer gevloekt. Maar ik zou echt somber zijn geworden als geen van mijn huisgenoten het had opgemerkt. Want waarvoor had ik het anders gedaan? Heus niet alleen voor de extra bergruimte. Het is dus maar goed dat zij alle deurtjes open en dicht hebben gedaan en even over de plankjes hebben geaaid.

Kan het ook zonder die erkenning?

Uit het onderzoek van Ariely kwam naar voren dat het heel belangrijk is dat iemand anders wat zorg, tijd en aandacht besteedt aan wat we hebben gedaan. Dat geeft betekenis aan je inspanningen. Zonder die erkenning zou je de moeite niet nemen. Het verschil is al merkbaar wanneer iemand je werk even bekijkt, ‘aha’ zegt en het daarna op de stapel legt.

Iedereen houdt van een beetje aandacht op zijn tijd. Hè gelukkig, ik ben dus niet extreem narcistisch. Want zelf wil ik wel graag een groeiend lezerspubliek voor de erkenning die mijn ego behoeftig is. Of om het even lekker zwaar op de hand te maken: de bevestiging dat ik ertoe doe. En mijn vervulling groeit met het aantal positief gestemde lezers.

Terwijl ik dit schrijf komen mijn zoons laten zien wat ze van Lego hebben gebouwd. Vol trots vertellen ze wat hun boten kunnen. En dat is nogal wat! Dat ik aandachtig luister en er vragen over stel, doet hen goed. Ik kijk naar deze boot, maar waar ik eigenlijk naar kijk is wat eraan vooraf is gegaan. Want tijdens het bouwen zelf gaan mijn zoons op in hun spel; ze zijn dan zo lekker bezig. Ze wisselen ervaringen uit. Verzinnen er verhalen bij, doen van elkaar ideeën op, passen aan. Zij zíjn hun boot.

Als ze het resultaat komen laten zien, kijk ik dus niet naar een boot maar naar hen.

Spelende kinderen, werkende volwassenen. Een presentatie, een boot, een campagne of een Ikea-kast. Het zijn verschillende uitingen van toch steeds dezelfde jij of ik.

Een podium

En zo komen we bij het waarom van de afdeling gratis leesvoer op mijn site. Tot voor kort hadden mijn blogs geen podium, ze waren onzichtbaar. Trek een willekeurige la in mijn kamer of map in mijn computer open en je komt dan ook een blog, half boek of ander tekstje tegen. Mijn stukjes belandden overal en nergens in huis. En één printje bij mijn moeder: ‘Leuk stukje, Bien.’ Daar moest mijn ego het mee doen. (En dat is echt prima, hoor, mam! Want hoe vaak kun je nog ingaan op ruim veertig jaar aan hersenspinsels die je in al hun uitingsvormen door en door kent.) Maar mijn slobberende, opslurpende, onverzadigbare ego is net een mens. Die wil iets. Nagenieten van het creëren, gezien worden. Daar kan ik wel bescheiden over doen, maar zo zit het dus.

Afgelopen zomer was daar eindelijk mijn nieuwe site, met digitale leesplank! Hier zijn mijn stukjes voortaan meer in het zicht. Ik hoop dat je ze af en toe een aai geeft. Zodat zij – dankzij jou  – niet vervagen tussen de punaises, nietjes en geeltjes in een of ander stoffig laatje of in die nieuwe kast.