lachend jongetje met boek op schoot

Hoe we ons allemáál graag voelen als we ergens klant zijn

Dit is hoe ik op een dag (of nacht eigenlijk) besloot te gaan bloggen. De eerste blog zou gaan over klant zijn. Soms is het echt bal om ergens klant te zijn, krijg je dingen te horen als ‘wat verwacht u dán voor 7 euro?’ als je vis niet gaar is. Gelukkig is het ook vaak verrassend leuk en fijn. Zoals bij Yorck, de man achter de balie.

Als een oude bekende

Ik ben aan het rennen op een luchthaven. In mijn kielzog een vroegere vriendin die verdwenen is, zodra ik ergens een hoek om ga. Ik droom. Ik wéét dat ik droom. Ik wil wel wakker worden, maar het lukt niet. Wapperend met een papiertje nader ik een balie. Kennelijk moet wat er op dat A4’tje staat verwerkt worden in een computer voordat ik verder kan. Er is haast bij. Het moet snel gaan nu, anders mis ik mijn vlucht.

Er zitten twee medewerkers achter de balie. De linker lacht vriendelijk en strekt zijn armen uitnodigend uit. Kom maar bij mij. Als een oude bekende, zo opgetogen is hij om mij te zien. Uit zijn open armen stijgt een herinnering op aan goede tijden waarin we, hoewel ik helemaal geen biertjes drink, samen nog een biertje dronken.

Mijn A4’tje in goede handen

Mijn paniek ebt weg. Deze medewerker heeft alles onder controle. Voor hem is er maar één ding dat ertoe doet, dat ik goed geholpen wordt. Desnoods – die invloed heeft hij – belt hij de piloot en luchtverkeersleider dat zij moeten wachten. Hij had de hele dag naar mijn komst uitgekeken en mijn A4’tje is bij hem in goed handen. Er is geen betere plek op aarde om me te laten helpen dan hier.

Deze medewerker zit niet achter een balie waar hij tegelijkertijd een telefoondienst draait. Hij heft niet één keer zijn vinger op, ten teken dat ik even moet wachten tot hij het lange betoog van een beller of een tussendoorvraag van een collega heeft beantwoord.

Terwijl het nodige gebeurt met mijn A4’tje, onderhoudt hij een gezellig maar verder onverstaanbaar gesprekje met mij. Dan vraag ik om zijn visitekaart. Want dan kan ik een blog over hem schrijven, leg ik uit. “Ik schrijf namelijk over heel fijne klantervaringen.” Hij voelt zich gevleid. Ik bekijk zijn kaartje en zeg gedecideerd: “Yorck, jij krijgt een eigen blog!”